Campuskruistochten

In de TU Delta van 1 september jongstleden stond een opmerkelijke advertentie, ik kon het niet nalaten te reageren.

Hieronder mijn stuk, eveneens op de site van de Delta geplaatst, 15 september op papier.

‘Christelijke wetenschappers’ mogen zich gaan schamen.

Christelijke wetenschappers aan de TU Delft heten alle nieuwe studenten welkom aan onze universiteit! Zo stond het er in grote koeienletters in de Delta. Wit op zwart. Alle onderstreept. Wat heeft dit nou weer te betekenen? Wat is het echte signaal dat hier gegeven wordt? Altijd open voor gesprek. Onze universiteit. Juist. En als je nou overtuigd Joods, Moslim, atheïst of zelfs niet-praktiserend Christen bent, is deze boodschap ook oprecht voor jou bedoeld – kun jij dan net zo goed bij dit zelfgenoegzame vrome clubje terecht? Want wat er tussen de lijnen door staat is het volgende: kijk, wij hebben de Goede Weg gekozen, en wij zijn slim, dus wij weten het wel. Alle anderen: als je niet oplet wacht het vagevuur! Mijn maag draaide zich om eerlijk gezegd, probeer je dan maar eens staande te houden met tenen die steeds krommer gaan staan. Al met al vind ik dit een zeer betreurenswaardig signaal, ik dacht dat we de tijd van verzuiling inmiddels wel voorbij waren.

Een bericht dat van meer klasse getuigd had was het volgende: Alle wetenschappers aan de TU Delft heten de nieuwe studenten welkom! Dit is het signaal dat je van hogerhand af wil geven. Voor mij is een universiteit als deze juist een plek waar afkomst, sociale klasse of religie er even niet toe doen, een plek waar je dat even kunt vergeten en jezelf kunt uitdagen met intellectueel gelijkgestemden. Dat betekent niet dat ik vind dat er tijdens je studententijd of het leven aan de universiteit geen plaats is om over de grotere vragen van het leven na te denken, integendeel. Maar hiervoor zijn er talloze verenigingen, clubs en gezelschappen waar je terecht kunt, hiernaast verkiest het overgrote deel van de studenten om dat voor zichzelf uit te zoeken. Daar hebben ze helemaal geen vrome professor voor nodig.

Bojk Berghuis – promovendus aan de TU Delft. Zijn religie of afkomst doen er hier niet toe, maar hij staat altijd open voor dialoog.

 

Ah kijk, het AD heeft het ook opgepikt. Om nou te zeggen dat ik woedend ben? Neen. Iets tegen Christenen? Allerminst. Maar onoprechte boodschappen wel. In dit stuk laat initiatiefnemer Polinder precies zien waar het hen echt om te doen was, nl. Christelijke studenten een hart onder de riem steken. Zeg dat dan meteen. Daarnaast vind ik het nog steeds rieken naar het verkeerd inzetten van je status als wetenschapper… oh well, het houdt je van de straat zullen we maar zeggen;)

Will work for food.

Like all nationalities, the Dutch have something with food. However, unlike quite a few other nationalities, for the Dutch ‘having something with food’ does not mean ‘having a sophisticated cuisine’. The Dutch approach to life – sober, functional, yet efficient – also holds for their eating habits. Though sliced bread is officially an American invention, the Dutch deserve a prize for so eagerly embracing this concept. Indeed, with their endless plain cheese or peanut butter sandwiches, the Dutch are often ridiculed as being prepared to eat anything. Having grown up in Belgium – the culinary buffer zone between France and The Netherlands – I definitely also sensed a gradient (a step function, actually) of culinary complexity when crossing the border.

From those new to The Netherlands, I have heard personal accounts of going through various stages of surprise, to astonishment, disbelief, disgust, rebellion, and finally to acceptance by sticking with home cooking. While home cooking might be a good alternative meaning for ‘going Dutch’, it is only then that people realize that the supermarkets do not offer what could be bought abroad.

Continue reading “Will work for food.”

Leaving, on a jet plane

Imagine the following: You’re a Ph.D. candidate (Well, that shouldn’t be too hard for many of you…), the project you have spent the past 12 months working on seems to produce some interesting results. At a national conference they have recognized and acknowledged this by letting you give a presentation. Then you sign up for a large international conference, THE yearly conference of the field so to speak, and even there you are selected to give a talk. That’s great news! Right?

The group picture taken to celebrate the 10th anneversary of the Delft Kavli Institute, aren’t we the lively bunch?

But wait, you also have a sister. She is a professional snowboarder. She has spent the past 12 years training her (pardon my French) ass off and seems to be getting some interesting results. She’s the straight-A student of the national competition so to speak. And she shows this by winning the national championship in her discipline for 5 years in a row. Then she signs up for international competitions, and this seems to run pretty well. So well indeed that they have selected her… – okay, this is where all resemblances stop I am afraid – to head for the Winter Olympics in Sochi. Now that is what I would call great news!

Continue reading “Leaving, on a jet plane”

Go, go, go!

The start of the new academic year always has something special to it. After the calm of summer, the air is suddenly filled with the buzz of new students on campus grounds. A fresh batch of slightly disoriented, ever younger-looking students once more roam the hallways of our Applied Physics building. The weather – after the short, reasonably-dry-and-not-too-cold period the Dutch call summer – characteristically turns sour as deluges become a daily recurring event (somehow always peaking when I am on my way to or from work, irrespective of the time-of-day). Then there is the yearly Kavli day; always a friendly reminder that we are all part of something bigger. The day that the exchange of awkward or wary glances between BN and QN grad students along the corridors actually becomes a careful exchange of words, or even experiences…

Continue reading “Go, go, go!”

Keep it fundamental

As a young kid I was a collector of almost anything one can think of. Natural objects such as rocks, (dried) plants, animal skeletons and insects had my particular interest. I spent hours looking at insect wings and drawing them as I saw them through the objective of my kiddy microscope. Or growing salt crystals with my home chemistry set. In hindsight it must be no wonder for my parents that I ended up doing a PhD in the natural sciences. Because at our Kavli Institute of Nanoscience, people are pursuing exactly what I was practicing for back in the days: purely curiosity-driven research: fundamental research, often without a direct apparent practical application. Take the viral polymerase molecular motors I’m observing through my microscope-for-grown-ups these days; in the far future this may lead to novel anti-viral vaccines, but as for now, all we really want to do is understand how nature works. People in the lab are not in it for the money, they are driven by curiosity.

Continue reading “Keep it fundamental”

On peer pressure

As an editor of The Lancet once stated: “We portray peer review to the public as a quasi-sacred process that helps to make science our most objective truth teller. But we know that the system of peer review is biased, unjust, unaccountable, incomplete, easily fixed, often insulting, usually ignorant, occasionally foolish, and frequently wrong.” Though stated quite bluntly, those familiar with the process would quite likely tend to agree to some extent – or admit that though useful, peer review (PR) is a time-consuming and inefficient process, to say the least.

Continue reading “On peer pressure”

Statistische arbeid(sverschaffing)

Wederom een sterk staaltje PhD-leven. Ik vraag me zo nu en dan af waarom, maar PhD-ers worden doorgaans geacht weldenkende mensen te zijn. Echter, welk weldenkend mens tekent voor een 4-jaar-durende baan waarbij je je slechts met één onderwerp dient bezig te houden, die gemiddeld 50-60 uur per week in beslag neemt, krap modaal uitbetaalt en geen enkele garantie biedt voor een glansrijke toekomst? Juist, die zogenaamde weldenkendheid mag gerust in twijfel getrokken worden..

Sanguis…

Aan de andere kant kun je beargumenteren dat – hoewel je wellicht niet voor de meest kansrijke route naar fame & fortune kiest –  wetenschapper zijn een nobel beroep is, dat je je aan de frontlinies van het wetenschappelijk denken begeeft, je de begane paden regelmatig verlaat voor het onbekende en tot slot ook nog eens een significante rol speelt in het opleiden en enthousiasmeren van een volgende generatie potentiële onderzoekers. Een stuk verleidelijker zo, nietwaar? Met name dat laatste heb ik afgelopen jaar aan den lijve mogen ondervinden, hiervan een kort verslag.

Continue reading “Statistische arbeid(sverschaffing)”

Sweat Matters

Since my entire professional life is English spoken, my writing here could also somewhat reflect this fact. As a member of the Kavli Institute of Nanoscience here in Delft, I took the opportunity to contribute to the quarterly newsletter with a piece of semi-colloquial writing of my choosing. The entire newsletter can be found here, my column starts here!


Sweat Matters

Success is 1 percent inspiration, and 99 percent perspiration – almost a Thomas Edison quote, were it not that this American Idol avant la lettre was referring to (his own) geniality rather than success. But it is success most of us are aiming for in science. And everyone – students to professors alike – has experienced first-hand that the better part of being successful is just plain hard work. So far nothing new.

Guess who is who? The distribution of researchers’ h-indices within the Kavli-institute.

But how to assess success? A recent report [1] shows the future is not that unpredictable after all. Using the h-index as a measure of success, a large database of predominantly neuroscientists and employing machine-learning techniques, the authors came up with an equation that predicts the future to a reasonable extent. The Hirsch or h-index is – as most readers of this purple periodical undoubtedly know – a scientist’s h number of papers with at least h citations each. As Hirsch reasoned in 2005, the main advantage over other single-number measures is that h combines both the productivity (# of papers) as well as the impact of this productivity (# of citations) into a single number. In 2007 this California-based-physicist-gone-sociologist empirically demonstrated the potential predictive power his index could have. The new-and-improved formula also takes into account other factors such as the total number of papers, the number of distinct journals, the number of active years in research and the number of publications in top-journals.

Continue reading “Sweat Matters”