Delftse brulactiviteiten

Eentje uit den ouden doos. Eind 2012. ‘Wat is dit nu weer voor herrie?’ dacht ik toen ik weer eens bruut losgerukt werd uit mijn noeste programmeervlijt. Uit het raam kijkend zag ik een met rook en menigte gevuld Mekelpark:

Mekel mayhem.

Toch maar even een kijkje nemen en wat bleek? Lustrumactiviteit van een studievereniging: straalmotorbrullen. Komt dat zien allen. Wat mij betreft een perfecte weerspiegeling van de cowboymentaliteit die de TU-studenten kenmerkt. Audiovisueel spektakel.

Back to reality

And yet another academic year kicks off again. What year is this? 2014, check. Which year did I start? 2011, check. Whoa! Wait a minute – three years have gone by?! How did that happen? Why didn’t anybody tell me?! So my last year has started?? Oh boy [picture me becoming pale in the face], in a year’s time I’m expected to have written a book, drawn some very profound and groundbreaking conclusions and am expected to head off to the next step in my career? Oh boy!

“Ah”, I hear post-docs thinking, “the final year grad student – been there, done that. Feel so sorry for those guys (NOT!)…” Well, I guess last-year grads are easy to recognize: walking hastily through the corridor, a bit pale faced, sleep deprived, maybe a nervous twitch or two. You’ve got it, that’s us. To be honest, I actually don’t feel all of this (yet), but the what’s next? question has definitely been popping up in my mind more often these days. Three years ago, doing a Ph.D. to me was a form of safe and comfortable intellectual escapism, curiosity-driven but also having that delightful feeling of being allowed to not think about what next? for the following three years. But here I am again: what’s next?

Continue reading “Back to reality”

Campuskruistochten

In de TU Delta van 1 september jongstleden stond een opmerkelijke advertentie, ik kon het niet nalaten te reageren.

Hieronder mijn stuk, eveneens op de site van de Delta geplaatst, 15 september op papier.

‘Christelijke wetenschappers’ mogen zich gaan schamen.

Christelijke wetenschappers aan de TU Delft heten alle nieuwe studenten welkom aan onze universiteit! Zo stond het er in grote koeienletters in de Delta. Wit op zwart. Alle onderstreept. Wat heeft dit nou weer te betekenen? Wat is het echte signaal dat hier gegeven wordt? Altijd open voor gesprek. Onze universiteit. Juist. En als je nou overtuigd Joods, Moslim, atheïst of zelfs niet-praktiserend Christen bent, is deze boodschap ook oprecht voor jou bedoeld – kun jij dan net zo goed bij dit zelfgenoegzame vrome clubje terecht? Want wat er tussen de lijnen door staat is het volgende: kijk, wij hebben de Goede Weg gekozen, en wij zijn slim, dus wij weten het wel. Alle anderen: als je niet oplet wacht het vagevuur! Mijn maag draaide zich om eerlijk gezegd, probeer je dan maar eens staande te houden met tenen die steeds krommer gaan staan. Al met al vind ik dit een zeer betreurenswaardig signaal, ik dacht dat we de tijd van verzuiling inmiddels wel voorbij waren.

Een bericht dat van meer klasse getuigd had was het volgende: Alle wetenschappers aan de TU Delft heten de nieuwe studenten welkom! Dit is het signaal dat je van hogerhand af wil geven. Voor mij is een universiteit als deze juist een plek waar afkomst, sociale klasse of religie er even niet toe doen, een plek waar je dat even kunt vergeten en jezelf kunt uitdagen met intellectueel gelijkgestemden. Dat betekent niet dat ik vind dat er tijdens je studententijd of het leven aan de universiteit geen plaats is om over de grotere vragen van het leven na te denken, integendeel. Maar hiervoor zijn er talloze verenigingen, clubs en gezelschappen waar je terecht kunt, hiernaast verkiest het overgrote deel van de studenten om dat voor zichzelf uit te zoeken. Daar hebben ze helemaal geen vrome professor voor nodig.

Bojk Berghuis – promovendus aan de TU Delft. Zijn religie of afkomst doen er hier niet toe, maar hij staat altijd open voor dialoog.

 

Ah kijk, het AD heeft het ook opgepikt. Om nou te zeggen dat ik woedend ben? Neen. Iets tegen Christenen? Allerminst. Maar onoprechte boodschappen wel. In dit stuk laat initiatiefnemer Polinder precies zien waar het hen echt om te doen was, nl. Christelijke studenten een hart onder de riem steken. Zeg dat dan meteen. Daarnaast vind ik het nog steeds rieken naar het verkeerd inzetten van je status als wetenschapper… oh well, het houdt je van de straat zullen we maar zeggen;)

Will work for food.

Like all nationalities, the Dutch have something with food. However, unlike quite a few other nationalities, for the Dutch ‘having something with food’ does not mean ‘having a sophisticated cuisine’. The Dutch approach to life – sober, functional, yet efficient – also holds for their eating habits. Though sliced bread is officially an American invention, the Dutch deserve a prize for so eagerly embracing this concept. Indeed, with their endless plain cheese or peanut butter sandwiches, the Dutch are often ridiculed as being prepared to eat anything. Having grown up in Belgium – the culinary buffer zone between France and The Netherlands – I definitely also sensed a gradient (a step function, actually) of culinary complexity when crossing the border.

From those new to The Netherlands, I have heard personal accounts of going through various stages of surprise, to astonishment, disbelief, disgust, rebellion, and finally to acceptance by sticking with home cooking. While home cooking might be a good alternative meaning for ‘going Dutch’, it is only then that people realize that the supermarkets do not offer what could be bought abroad.

Continue reading “Will work for food.”

Go, go, go!

The start of the new academic year always has something special to it. After the calm of summer, the air is suddenly filled with the buzz of new students on campus grounds. A fresh batch of slightly disoriented, ever younger-looking students once more roam the hallways of our Applied Physics building. The weather – after the short, reasonably-dry-and-not-too-cold period the Dutch call summer – characteristically turns sour as deluges become a daily recurring event (somehow always peaking when I am on my way to or from work, irrespective of the time-of-day). Then there is the yearly Kavli day; always a friendly reminder that we are all part of something bigger. The day that the exchange of awkward or wary glances between BN and QN grad students along the corridors actually becomes a careful exchange of words, or even experiences…

Continue reading “Go, go, go!”

Keep it fundamental

As a young kid I was a collector of almost anything one can think of. Natural objects such as rocks, (dried) plants, animal skeletons and insects had my particular interest. I spent hours looking at insect wings and drawing them as I saw them through the objective of my kiddy microscope. Or growing salt crystals with my home chemistry set. In hindsight it must be no wonder for my parents that I ended up doing a PhD in the natural sciences. Because at our Kavli Institute of Nanoscience, people are pursuing exactly what I was practicing for back in the days: purely curiosity-driven research: fundamental research, often without a direct apparent practical application. Take the viral polymerase molecular motors I’m observing through my microscope-for-grown-ups these days; in the far future this may lead to novel anti-viral vaccines, but as for now, all we really want to do is understand how nature works. People in the lab are not in it for the money, they are driven by curiosity.

Continue reading “Keep it fundamental”

On peer pressure

As an editor of The Lancet once stated: “We portray peer review to the public as a quasi-sacred process that helps to make science our most objective truth teller. But we know that the system of peer review is biased, unjust, unaccountable, incomplete, easily fixed, often insulting, usually ignorant, occasionally foolish, and frequently wrong.” Though stated quite bluntly, those familiar with the process would quite likely tend to agree to some extent – or admit that though useful, peer review (PR) is a time-consuming and inefficient process, to say the least.

Continue reading “On peer pressure”

Statistische arbeid(sverschaffing)

Wederom een sterk staaltje PhD-leven. Ik vraag me zo nu en dan af waarom, maar PhD-ers worden doorgaans geacht weldenkende mensen te zijn. Echter, welk weldenkend mens tekent voor een 4-jaar-durende baan waarbij je je slechts met één onderwerp dient bezig te houden, die gemiddeld 50-60 uur per week in beslag neemt, krap modaal uitbetaalt en geen enkele garantie biedt voor een glansrijke toekomst? Juist, die zogenaamde weldenkendheid mag gerust in twijfel getrokken worden..

Sanguis…

Aan de andere kant kun je beargumenteren dat – hoewel je wellicht niet voor de meest kansrijke route naar fame & fortune kiest –  wetenschapper zijn een nobel beroep is, dat je je aan de frontlinies van het wetenschappelijk denken begeeft, je de begane paden regelmatig verlaat voor het onbekende en tot slot ook nog eens een significante rol speelt in het opleiden en enthousiasmeren van een volgende generatie potentiële onderzoekers. Een stuk verleidelijker zo, nietwaar? Met name dat laatste heb ik afgelopen jaar aan den lijve mogen ondervinden, hiervan een kort verslag.

Continue reading “Statistische arbeid(sverschaffing)”